Geestelijk werker - evangelist in vrij beroep

Geestelijk werker/evangelist ‘in vrij beroep’

Geestelijk werkers en evangelisten ‘in vrij beroep’, werkzaam in Nederland, worden in toenemende mate geaccepteerd als zelfstandig ondernemer. De Belastingdienst weigert in veel gevallen de zelfstandigenaftrek (en de meewerkaftrek van de partner) toe te passen. De Belastingkamer van het Gerechtshof heeft de afgelopen jaren in een aantal beroepszaken echter anders beslist, waaronder een uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer geregistreerd onder nummer AWB 10/802. Op grond van deze uitspraken is een aantal geestelijk werkers en evangelisten door de Belastingdienst inmiddels erkend als kleine zelfstandige. 

Drie belangrijke voorwaarden waaraan moet worden voldaan zijn:

- Er mag geen sprake zijn van binding met een kerkgenootschap of met christelijke organisaties waarmee de geestelijk werker/evangelist vrijwillig verbonden is. Zodra er sprake is van een gezagsverhouding wordt de zelfstandigenstatus niet geaccepteerd. De giftgevers moeten worden gezien als ‘opdrachtgevers’ en niet als ‘werkgever’.

- Het inkomen (uit giften, toelagen, onkostenvergoedingen etc.) dient bij voorkeur via een non-profitorganisatie te worden ontvangen, die als doorgeefluik fungeert. Deze organisatie mag inhoudingen op de giften en dergelijke plegen. De giften aan de geestelijk werker/evangelist zijn voor de gevers aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.

 -De geestelijk werker/evangelist dient een degelijke boekhouding van zijn inkomsten en uitgaven te voeren.